Vreemdelingenrecht Advocaat

avatar

Advocaat vreemdelingenrecht Amsterdam verblijf

Advocaat vreemdelingenrecht

Unierecht – Kind – Verblijfsvergunning

  • Verblijfsvergunning bij kind
  • Verblijfsrecht bij Nederlands kind als alleenstaand ouder

Enige tijd was het onduidelijk wanneer u als derdelander recht had op een verblijfsvergunning bij uw Nederlandse kind. Zie het eerder geschreven artikel door onze advocaat vreemdelingenrecht “verblijfsrecht bij een Nederlands kind als alleenstaand ouder”. Inmiddels heeft het Europese Hof meer duidelijkheid verschaft.

Alleenstaand ouder en IND

De vraag bleef onbeantwoord en onvoldoende concreet wanneer er sprake was van een situatie waarbij het onaanvaardbaar werd geacht dat een alleenstaand ouder en tevens derdelander zou worden teruggestuurd naar zijn of haar land van herkomst. De IND hanteerde het criterium van het gezag. Welke ouder had het gezag en welke ouder kon het gezag krijgen? Of de ouder die voorheen nimmer een rol had gespeeld in het leven van het Nederlandse kind en dit wellicht ook niet wilde, deed er niet toe. Het ging feitelijk om het al of niet aanwezig zijn van de andere ouder die in theorie voor het kind zou kunnen zorgen.

Gevolgen gezag criterium

Als gevolg hiervan ontstonden schrijnende situaties waarbij de verzorgende ouder het land diende te verlaten maar dit niet kon omdat de andere ouder in de praktijk niet voor het kind wilde en kon zorgen. De alleenstaand ouder was doorgaans hierdoor gedwongen te blijven en haar kind verder in de illegaliteit op te voeden.

Vreemdelingenrecht EU

Meer concreet diende het Europese Hof van Justitie de navolgende vragen te beantwoorden:

  • Moet artikel 20 van het VWEU, aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een lidstaat aan een derdelander, die de dagelijkse en daadwerkelijke zorg heeft voor zijn minderjarige kind, dat onderdaan van die lidstaat is, het recht van verblijf in die lidstaat ontzegt?
  • Is voor de beantwoording van deze vraag van belang dat de wettelijke, financiële en/of affectieve last niet geheel bij deze ouder rust en voorts dat niet is uitgesloten dat de andere ouder, die onderdaan is van de lidstaat, feitelijk in staat zou kunnen zijn om voor het kind te zorgen.
  • Dient in dat geval de ouder/derdelander aannemelijk te maken dat die andere ouder de zorg voor het kind niet op zich kan nemen, zodat het kind wordt verplicht het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de ouder/derdelander een verblijfsrecht wordt ontzegd?

Afhankelijkheidsverhouding

Hoewel het antwoord van het Europese Hof voor meerdere uitleg vatbaar is, zijn er toch meer aanknopingspunten geformuleerd dan voorheen het geval was.

Art. 20 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat, voor de beoordeling of een kind, burger van de EU, genoopt zou zijn het grondgebied van de Unie in zijn geheel te verlaten en hem dus het effectieve genot van de essentie van de rechten die dat artikel hem verleent zal worden ontzegd indien aan zijn ouder, onderdaan van een derde land, een verblijfsrecht in de betrokken lidstaat werd geweigerd, de omstandigheid dat de andere ouder, Unieburger, daadwerkelijk alleen de dagelijkse daadwerkelijke zorg voor het kind kan en wil dragen, een gegeven vormt dat relevant is, maar dat niet volstaat om te kunnen vaststellen dat er tussen de ouder die derdelander is en het kind niet een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat het kind in geval van een dergelijke weigering het grondgebied van de Unie zou moeten verlaten.

Om tot een dergelijke vaststelling te komen moeten, in het hogere belang van het kind, alle betrokken omstandigheden in de beschouwing worden betrokken, meer in het bijzonder;

  • de leeftijd van het kind
  • zijn lichamelijke en emotionele ontwikkeling
  • de mate van zijn affectieve relatie zowel met de ouder die Unieburger is als met de ouder die derdelander is
  • evenals het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan indien het van deze laatste ouder zou worden gescheiden.

Art. 20 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het er niet aan in de weg staat dat een lidstaat aan het verblijfsrecht op zijn grondgebied van een derdelander, ouder van een minderjarig kind dat de nationaliteit van die lidstaat heeft, voor wie hij dagelijks daadwerkelijk zorgt, de verplichting verbindt dat die derdelander de gegevens verschaft die aantonen dat het kind bij een weigering om een verblijfsrecht toe te kennen aan de ouder die derdelander is, het effectieve genot van de essentie van de aan de status van Unieburger ontleende rechten zou worden ontzegd doordat het genoopt zou zijn het grondgebied van de Unie in zijn geheel te verlaten. Het is echter aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat om aan de hand van de door de derdelander verschafte gegevens het nodige onderzoek te doen teneinde, gelet op alle omstandigheden van het geval, te kunnen beoordelen of een weigering dergelijke gevolgen zou hebben

Advocaat vreemdelingenrecht Amsterdam

Wilt u weten of u in aanmerking kan komen voor een verblijfsrecht bij uw kind? Raadpleeg dan onze vreemdelingenrecht advocaat te Amsterdam. Zij zal u verder kunnen informeren over de voorwaarden en uw eventuele mogelijkheden.

Advocaat vreemdelingenrecht Amsterdam verblijfBel gerust voor een vrijblijvend advies met onze vreemdelingenrecht advocaat Mr. E.C. Boon.

 
advocaat amsterdam