Vernietiging ontslag op staande voet ondanks beelden onderzoeksbureau
Een Diagnose Specialist  die arbeidsongeschikt was wegens rugklachten, werd op staande voet ontslagen. De werkgever stelde dat de werknemer onjuiste informatie had gegeven over zijn medische beperkingen, mede gebaseerd op observaties door een onderzoeksbureau. De werknemer, bijgestaan door mr. P.Chr. Snijders (advocaat te Amsterdam), vocht het ontslag aan en verzocht vernietiging van het ontslag. Deze uitspraak, waarbij het ontslag is vernietigd, is recentelijk gepubliceerd op rechtspraak.nl.Â
De werknemer was sinds april 2022 ziekgemeld met ernstige rugklachten. De bedrijfsarts had uitgebreide fysieke en mentale beperkingen vastgesteld, onderbouwd met medische terugkoppelingen. Deze beoordelingen waren niet uitsluitend gebaseerd op de woorden van de werknemer, maar ook op eigen onderzoek van de bedrijfsarts.
Daarbij bevestigde een verzekeringsarts van het UWV in maart 2023 opnieuw dat de werknemer op 31 januari 2023 zijn eigen werk niet kon doen en dat de beperkingen reëel waren.
Observatieonderzoek van onderzoeksbureau: geen bewijs van misleiding
De werkgever liet een onderzoeksbureau de werknemer observeren. Uit deze observaties bleek echter niet dat de werknemer zijn beperkingen had overdreven:
- Er was niet te zien dat hij zware tassen droeg.
- Autorijden was niet in strijd met de door de bedrijfsarts vastgestelde beperking (“beperkt kunnen autorijden”).
- Een normale manier van lopen bewijst niet dat er geen pijn was of geen beperking.
De bedrijfsarts beoordeelde alle beelden en bevestigde dat deze geen aanleiding gaven om te twijfelen aan de medische beperkingen.
Verklaringen waren niet bewezen; ontslag vernietigd
Van Mossel stelde dat de werknemer tijdens een gesprek had gezegd dat hij “niets kon tillen” en “geen boodschappen kon dragen”. De werknemer ontkende deze formuleringen.
Belangrijk is dat:
- Het gespreksverslag van dit cruciale gesprek niet werd overgelegd.
- In het rapport van het onderzoeksbureau stond een mildere, genuanceerde versie van wat de werknemer zou hebben gezegd.
- Zelfs als de werknemer had gezegd dat hij slecht kon zitten, bleek uit de medische terugkoppeling dat dit klopte.
Het gevolg: de werkgever had geen feitelijke basis om te stellen dat de werknemer onjuiste verklaringen had afgelegd.
Werkgever kon niet aantonen dat werknemer fraudeerde of misleidde
Op alle belangrijke feitenpunten faalde het bewijs:
- Geen bewijs van liegen over tillen
- Geen bewijs van misleiding over autorijden
- Geen bewijs van misleiding over lopen
- Geen bewijs van verkeerde informatie aan de bedrijfsarts
Daardoor stond niet vast dat er sprake was van opzet, misleiding of bedrog, terwijl dat wél de grondslag was voor het ontslag op staande voet.
Geen dringende reden vastgesteld
De kantonrechter oordeelde dat niet is bewezen dat de werknemer onjuiste of misleidende verklaringen heeft afgelegd over zijn arbeidsbeperkingen.
Belangrijk daarbij was dat:
- De bedrijfsarts de beperkingen mede op basis van eigen onderzoek had vastgesteld, niet alleen op werknemerverklaringen.
- De observatiebeelden géén tegenbewijs vormden; zwaar tillen was niet zichtbaar.
- “Normaal lopen” buiten het bedrijf bewees niet dat werknemer geen pijn had of geen beperking.
- De werknemer wél beperkt mocht autorijden volgens de bedrijfsarts, wat strookte met zijn ritten.
- Zowel de bedrijfsarts als een verzekeringsarts van het UWV bevestigden de eerder vastgestelde medische beperkingen.
Omdat de dringende reden niet is komen vast te staan, vernietigde de kantonrechter het ontslag. Dit betekent:
- De arbeidsovereenkomst liep door tot het einde van de bepaalde tijd (28 april 2023).
- Van Mossel moet loon doorbetalen vanaf 30 januari 2023 t/m 27 april 2023, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente.
- Salarisspecificaties moeten worden verstrekt op straffe van een dwangsom.
- Het verzoek om immateriële schadevergoeding en advocaatkosten werd afgewezen.
- Ook de tegenvorderingen van de werkgever (schadevergoeding, onderzoekskosten) werden afgewezen.
Conclusie
Het ontslag op staande voet hield geen stand omdat niet bewezen is dat de werknemer heeft gelogen of de werkgever/bedrijfsarts verkeerd heeft geïnformeerd. Zowel de bedrijfsarts als het UWV bevestigden dat de medische beperkingen reëel waren.
Deze uitspraak bevestigt opnieuw dat een ontslag op staande voet alleen standhoudt wanneer de werkgever overtuigend kan aantonendat sprake is van een dringende reden, zorgvuldig vastgesteld en direct gecommuniceerd. In dit geval bleek dat de werkgever onvoldoende bewijs had dat de werknemer bewust onjuiste informatie had gegeven over zijn medische beperkingen. Zowel de bedrijfsarts als de verzekeringsarts van het UWV onderschreven de belastbaarheid van de werknemer en vonden geen aanleiding om aan de beperkingen te twijfelen.
De kantonrechter benadrukt dat observaties of vermoedens op zichzelf niet volstaan voor zo’n zwaar middel. Het ontslag op staande voet is daarmee een ultimum remedium dat alleen gerechtvaardigd is bij klip‑en‑klaar bewijs van ernstig verwijtbaar gedrag. Ontbreekt dat bewijs, dan weegt het grote belang van de werknemer bij behoud van werk en inkomen zwaar.
Contact met een arbeidsrecht advocaat in Amsterdam over ontslag en vernietiging daarvan
Zoek je betrokkenheid en een direct, persoonlijk contact met een ervaren specialist arbeidsrecht in Amsterdam? Bel onze gespecialiseerde advocaten arbeidsrecht en ontslagrecht voor vragen en juridisch advies over ontslag en vernietiging daarvan.
