Transitievergoeding: is matiging van de ontslagvergoeding bij naderend pensioen redelijk?

avatar

Matigen van de transitievergoeding bij naderend pensioen redelijk?

advocaat recht op transitievergoeding pensioen amsterdamOnze advocaat arbeidsrecht in Amsterdam geeft juridisch advies over de transitievergoeding (ontslagvergoeding). Als een werknemer na 2 jaar ziekte een WIA uitkering ontvangt, hoeft de werkgever geen loon meer te betalen. Meestal vraagt een werkgever na 2 jaar ziekte een ontslagvergunning aan. De werknemer krijgt dan recht op een transitievergoeding. Het kan zijn dat de transitievergoeding, gezien de korte periode dat de werknemer nog in dienst is, hoger uitvalt dan het resterende gedeelte van het loon dat de werknemer nog zou ontvangen tot zijn pensioendatum. In dat geval lijkt het niet onredelijk dat de transitievergoeding wordt beperkt. De Hoge Raad heeft op 5 oktober 2018 echter beslist dat de werknemer ook in dat geval recht heeft op een volledige ontslagvergoeding.

Ontslagvergunning UWV na 2 jaar ziekte

Betrokkene is op 1 augustus 1978 als docent in dienst getreden. Na een ziekteperiode is hem per 11 november 2013 een WGA-uitkering toegekend voor 36,64%. Per 10 juni 2014 is hij opnieuw ziekgemeld. Hem is met ingang van die datum een IVA-uitkering toegekend. De werkgever heeft daarop bij het UWV een ontslagvergunning aangevraagd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft deze toestemming verleend. Betrokkene heeft op 30 april 2018  de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Hij verzocht kort voor zijn pensioen om toekenning van een transitievergoeding van € 73.541,42.

Volledige transitievergoeding onaanvaardbaar?

De kantonrechter heeft slechts een transitievergoeding van € 25.000,– toegekend. De kantonrechter vond het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat hij de volledige transitievergoeding zou krijgen, omdat er gezien zijn pensioen slechts sprake is van enige inkomensderving. De man ging in hoger beroep en het hof heeft hem alsnog de volledige transitievergoeding van € 73.514,42 bruto toegekend. De vraag was vooral, of de rechter een discretionaire bevoegdheid heeft over de hoogte van de transitievergoeding.

Het gerechtshof meende van niet. De wetgever heeft volgens het hof met de Wet werk en zekerheid niet bedoeld om de rechter zo’n bevoegdheid te geven. Het feit dat de werknemer een IVA-uitkering krijgt of binnenkort met pensioen gaat, is geen aanleiding hem een lagere transitievergoeding toe te kennen.

Kantonrechtersformule en AOW-gerechtigde leeftijd

Onder de oude kantonrechtersformule was matiging nog wel mogelijk, zodat bij ontslag kort voor de pensioendatum de vergoeding verminderd werd. In de nieuwe wet is niet een soortgelijke wettelijke regeling getroffen. Het feit dat de werknemer binnenkort de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, is dus onvoldoende aanleiding om hem een lagere transitievergoeding toe te kennen. De transitievergoeding is immers een forfaitaire vergoeding die ook verschuldigd is indien niet of nauwelijks sprake is van schade of inkomensverlies. Toekenning van een volledige transitievergoeding is onder deze omstandigheden dus niet onaanvaardbaar en er is geen reden om de ontslagvergoeding op die grond te matigen.

Maatstaven van redelijkheid en billijkheid: onaanvaardbaar

De Hoge Raad oordeelde in cassatie als volgt. De rechter moet:
  • bij de vraag of de toepassing van een wettelijke regel in een bepaald geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (art. 6:2 lid 2 BW of art. 6:248 lid 2 BW),
  • terughoudendheid zijn,
  • vooral als het gaat om een regel van dwingend recht (waar niet van af kan worden geweken).

Transitievergoeding: dwingend recht

De regeling van de transitievergoeding in art. 7:673 BW is van dwingend recht.
  • Het is niet van belang is of de werknemer bij de aanspraak op de transitievergoeding werkloos is, of een andere baan heeft gevonden.
  • Ook werknemers van wie de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd wegens twee jaren van ziekte hebben recht op een transitievergoeding.
Volgens de Hoge Raad betekent dit ook dat een werknemer die kort voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt ontslagen, recht heeft op een transitievergoeding die hoger is dan het loon dat hij zou hebben ontvangen wanneer hij in dienst zou zijn gebleven. De Hoge Raad kent dus veel waarde toe aan de bedoeling van de wetgever. De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid in gevallen is echter niet geheel uitgesloten. Onder bepaalde omstandigheden kan toekenning van een volledige transitievergoeding dus onredelijk zijn, maar niet in dit geval.

Alternatief voor werkgever: geen of gedeeltelijke transitievergoeding

De werkgever kan dit mogelijk voorkomen door na 2 jaar ziekte de arbeidsovereenkomst in stand te houden door geen ontslagvergunning bij het UWV aan te vragen. Volgens de rechtspraak is dit toegestaan. Er is dan sprake van een slapend dienstverband. Ook kan de werkgever met de werknemer een vaststellingsovereenkomst overeenkomen, waarbij een lager bedrag wordt afgesproken dan de wettelijke transitievergoeding. Bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst is er immers sprake van contractsvrijheid, en geldt de wettelijke regeling van de transitievergoeding niet.

Contact met advocaat arbeidsrecht Amsterdam over transitievergoeding

advocaat recht op transitievergoeding pensioen amsterdamZoekt u betrokkenheid en een direct, persoonlijk contact met een ervaren specialist arbeidsrecht in Amsterdam? Bel onze gespecialiseerde advocaat arbeidsrecht en ontslagrecht voor vragen en juridisch advies over arbeidsrecht, ontslag, gedeeltelijk ontslag en transitievergoeding en andere arbeidsrechtelijke onderwerpen.

Juridisch nieuws van onze advocaten in Amsterdam

error: copyright WS Advocaten Amsterdam
advocaat amsterdam