Rechtbank: geldlening na 22 jaar nog niet verjaard

avatar

Lening

Het betrof een aantal leningen tussen een zus en broer van totaal fl. 174.775,00, € 79.309,44. De broer zou terugbetalen ‘als hij geld had’. Zijn familie maakte aanspraak op terugbetaling van deze bedragen en stelde, subsidiair, dat de broer door de betalingen ongerechtvaardigd is verrijkt.

Verjaring 5 jaar

De broer verweerde zich door te stellen dat voor zowel voor wanprestatie als voor ongerechtvaardigde verrijking een verjaringstermijn geldt van vijf jaar. Omdat de lening was afgesloten in de jaren ’90, en hij pas in juli 2012 de eerste ingebrekestelling had ontvangen, zouden alle vorderingen zijn verjaard. Bovendien zou een vordering tot nakoming na 20 jaar sowieso zijn verjaard.

Tijd voor nakoming

De rechtbank volgde de broer niet in zijn verweer, omdat het ging om een overeenkomst ‘waarbij geen tijd voor nakoming is bepaald’. Om die reden geldt artikel 3:307 lid 2, eerste zin, BW dat bepaalt dat ingeval van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd de vijfjaarstermijn begint op de dag, ‘volgende op die waartegen de schuldeiser heeft medegedeeld tot opeising over te gaan’.

Aangezien eisers op 24 juli 2012 aanspraak hebben gemaakt op terugbetaling, begon de verjaringstermijn op 25 juli 2012. De dagvaarding is op 11 februari 2013 uitgebracht, dus binnen de verjaringstermijn van vijf jaar, aldus de rechtbank.

Over de ingangsdatum van de verjaring overwoog de rechtbank verder:

‘Juist bij overeenkomsten als door [beide eisers] gesteld, waarbij voor onbepaalde tijd renteloos geld ter leen wordt verstrekt, zal gezien de eisen van redelijkheid en billijkheid niet terstond nakoming (terugbetaling) worden gevorderd (vgl. de Advocaat Generaal, conclusie onder 12 LJN: AA3369). Indien is overeengekomen dat terugbetaald diende te worden als [Gedaagde 1] weer geld had, zoals [beide eisers] stellen, was de vordering pas vanaf de mogelijkheid tot terugbetalen opeisbaar’.

Ook om die reden geldt niet dat de verjaringstermijn was verstreken ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding.

Niet ontvangen

Helaas waren eisers er toen nog niet. Omdat de broer betwist had al het geld te hebben ontvangen, konden eisers de ontvangst voor een deel niet bewijzen. Dat er contant geld was opgenomen, achtte de rechtbank hiervoor onvoldoende.

Niet op de comparitie verschenen

Omdat de broer niet op de comparitie was verschenen, ‘omdat de zaak hem te zeer zou emotioneren’ had hij geen verweer gevoerd tegen het bestaan van een aantal kwitanties en een afbetalingsschema. Dit deel werd wel toegewezen, omdat betaling moet worden aangemerkt als erkenning van een schuld.

‘Als hij weer geld heeft’

De laatste hobbel was, dat destijds was afgesproken dat de broer pas verplicht was dit bedrag terug te betalen ‘als hij weer geld heeft’. Hoewel de broer daarover geen informatie heeft verstrekt, werd hij veroordeeld om dat deel van de verschuldigde bedragen te betalen. De rechtbank motiveerde dit met: ‘Als er verhaal gevonden wordt, heeft [Gedaagde 1] dus geld’. Aangezien de overige schulden ten onrechte waren betwist, werden deze ook toegewezen tot het totaal van € 56.652,62.

Conclusie

De verjaringstermijn voor contractuele vorderingen uit geldlening bedraagt in het algemeen 5 jaar. De verjaringstermijn gaat in na de aanvang van de dag volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Na die periode kan het bedrag niet meer worden geïnd, tenzij de verjaring binnen die termijn is gestuit, bijvoorbeeld door middel van een schriftelijke aanmaning. Het doel van een stuitinghandeling is ‘om de schuldenaar te waarschuwen dat hij er ook na het verstrijken van de verjaringstermijn rekening mee moet houden dat hij de beschikking behoudt over zijn gegevens en bewijsmateriaal, zodat hij zich tegen een dan mogelijk alsnog door de schuldeiser ingestelde vordering behoorlijk kan verweren’ (Hoge Raad 24 november 2006, LJN: AZ0418). Niet alle aanmaningsbrieven voldoen echter aan deze eis, zoals blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Arnhem van 17 oktober 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BY2198.

In dit geval werd de familie ‘gered’ doordat er niet was afgesproken op welk moment er precies moest worden terugbetaald. Daardoor begon de verjaring pas te lopen nadat de eerste aanmaning de deur uitging.

Call Now Button
error: copyright WS Advocaten Amsterdam
advocaat amsterdam