In een door advocaat mr. Paul Snijders behandelde ontslagzaak oordeelt de kantonrechter in Amsterdam recentelijk dat een ontslag op staande voet van een werknemer in een horecaonderneming niet rechtsgeldig is gegeven. De werknemer was per direct ontslagen nadat hij tijdens een woordenwisseling op de werkvloer dreigend met een schaar in zijn hand op iemand af was gekomen, hetgeen door de werkgever werd aangemerkt als een bedreiging van de echtgenoot van de eigenaar van het bedrijf.
Geen dringende reden op die een ontslag op staande voet kon rechtvaardigen
Volgens de kantonrechter leverde dit incident in de gegeven omstandigheden geen dringende reden op die een ontslag op staande voet kon rechtvaardigen. Daarbij woog zwaar mee dat de werkgever zelf voorafgaand aan het incident had bijgedragen aan het ontstaan van een gespannen en geëscaleerde werksituatie. De echtgenoot van de eigenaar, die geen formele functie binnen de onderneming vervulde, bemoeide zich tijdens werktijd met de bedrijfsvoering en ging op luide en boze toon de discussie aan met personeel. De werkgever greep onvoldoende in om deze situatie te de-escaleren.
Onvoldoende bewezen dat sprake was van een daadwerkelijke bedreiging
Hoewel de werknemer erkende dat hij een schaar vasthield, stelde de kantonrechter vast dat hij deze schaar nodig had voor zijn werkzaamheden en dat onvoldoende was bewezen dat sprake was van een daadwerkelijke bedreiging. Zelfs als de situatie door de andere partij als bedreigend is ervaren, kon dit niet los worden gezien van het optreden – of juist het uitblijven daarvan – van de werkgever zelf.
Gedrag werkgever voorafgaande aan het ontslag weegt mee
De rechter benadrukte dat ook het werkgeversgedrag voorafgaand aan een incident moet worden meegewogen bij de beoordeling van een ontslag op staande voet.
Het ontslag op staande voet werd daarom ongeldig verklaard. De werknemer kreeg grotendeels gelijk en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van meerdere vergoedingen. Zo werd een billijke vergoeding van € 10.000 bruto toegekend vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Daarnaast moest de werkgever een vergoeding wegens onregelmatige opzegging betalen van € 5.736,54 bruto, alsmede een transitievergoeding van € 4.682,92 bruto.
Werkgever mag werknemer ook niet meer houden aan concurrentiebeding
Verder werd de werkgever verplicht om een correcte eindafrekening en loonstroken te verstrekken, op straffe van een dwangsom. Ook oordeelde de kantonrechter dat de werkgever geen rechten kon ontlenen aan het concurrentiebeding, nu het ontslag onterecht was gegeven. Tot slot werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten.
Deze uitspraak onderstreept dat een ontslag op staande voet alleen standhoudt als sprake is van een zeer ernstige dringende reden, waarbij alle omstandigheden van het geval worden betrokken. Werkgevers die zelf bijdragen aan een verstoorde werksfeer of onvoldoende de-escalerend optreden, lopen een aanzienlijk risico op toekenning van een billijke vergoeding en andere ontslagvergoedingen.
Contact met een arbeidsrecht advocaat in Amsterdam
Zoek je betrokkenheid en een direct, persoonlijk contact met een ervaren specialist arbeidsrecht in Amsterdam? Bel onze gespecialiseerde advocaten arbeidsrecht en ontslagrecht voor vragen en juridisch advies over ontslag op staande voet en vernietiging daarvan.