Bestuurder, turboliquidatie en risico’s

avatar

Onrechtmatige daad

Rechtbank Gelderland deed op 14 oktober 2015 uitspraak in een zaak waarin de bestuurder van een BV door een schuldeiser was gedagvaard, omdat deze schuldeiser door de liquidatie een bedrag van € 61.113,57 was misgelopen. Volgens de eiser had de bestuurder onrechtmatig gehandeld door de BV (op grond van artikel 2:19 lid 4 BW) te ontbinden, door turbo-liquidatie, terwijl hij op dat moment wist dat er minimaal nog één schuldeiser was en er nog baten waren, omdat er nog een project liep waar inkomsten uit te verwachten waren.

Het is aan de schuldeiser om te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij in geval van vereffening na ontbinding wel (enige) betaling zou hebben ontvangen.

De rechtbank overwoog dat het ondanks de aanwezigheid van baten en een schuldeiser achterwege laten van vereffening, tegenover die schuldeiser onrechtmatig is, omdat betaling daardoor onmogelijk wordt gemaakt. Het bestuur is volgens de rechtbank verantwoordelijk voor de beoordeling of vereffening wel of niet noodzakelijk is.

Bewijsvermoeden

Op voorhand werd door de rechtbank bewezen verklaard dat er nog baten te verwachten waren uit het project. De bestuurder is vervolgens door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om het tegendeel hiervan aan te tonen.

Conclusie

Uit deze uitspraak blijkt dat het niet in alle gevallen zo is dat de bestuurder in dit soort gevallen automatisch zal worden veroordeeld om de schuld van de BV te voldoen bij een turbo-liquidatie. Dat er, als er door het bestuur ‘gewoon’ was vereffend, nog baten zouden zijn, mag door de bestuurder met tegenbewijs immers ontzenuwd worden.

Call Now Button
advocaat amsterdam