Geen arbeidsovereenkomst tijdens relatie

avatar

Advocaat Amsterdam arbeidsrecht arbeidsovereenkomst tijdens relatieArbeidscontract

Een arbeidsovereenkomst moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 7:610 lid 1 BW. Er moet sprake te zijn van arbeid, tegen loon, gedurende zekere tijd, op basis van een gezagsverhouding. Pas als aan deze voorwaarden is voldaan is er sprake van een arbeidscontract en kan een werknemer aanspraak maken op salaris. Niet alle arbeidsrelaties vallen onder dit artikel. Met name de voorwaarde ‘gezag’ in die zin dat de werknemer verplicht is om gevolg te geven aan redelijk opdrachten van de werkgever, levert nog weleens problemen op omdat niet in alle gevallen een gezagsrelatie aanwezig is. Onze advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht en ontslag in Amsterdam licht dit toe naar aanleidingen een uitspraak van rechtbank Arnhem. De Kantonrechter in Arnhem ging in een (nog niet gepubliceerde) uitspraak van 19 juli 2017 in op de vraag of een partner die voor de andere partner tijdens de samenwoning werkzaamheden had verricht, aanspraak kan maken op het bestaan van een arbeidsovereenkomst.

Ontslag op staande voet

De partner A voerde beveiligingsdiensten uit op verzoek van de andere partner B, met wie zij een affectieve relatie had gekregen. Op 21 januari 2017 is de affectieve relatie  geëindigd en werd A niet meer ingeroosterd. A vatte dit op als ontslag op staande voet. Zij verzocht de kantonrechter om het ontslag op staande voet te vernietigen. Ook vorderde zij middels haar advocaat doorbetaling van het salaris. De advocaat van de werkgever stelde zich o.a. op het standpunt dat haar partner nooit werknemers in dienst heeft.

Gezagsverhouding

De kantonrechter stelde allereerst dat er tussen partijen geen schriftelijke arbeidsovereenkomst bestond. Ook waren er geen mondelinge afspraken die duidden op het bestaan van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat binnen de context van een affectieve relatie geen sprake zal zijn van een gezagsverhouding, temeer omdat er ook sprake was van samenwoning en een gezamenlijke huishouding. Alleen in bijzondere gevallen is dit volgens de kantonrechter anders.

Loonvordering door een advocaat

Verder was het de kantonrechter niet gebleken dat partner A ooit aanspraak had gemaakt op salaris, terwijl er ook nooit salaris aan haar was betaald. Evenmin had A ooit een loonvordering tegen haar werkgever ingesteld. Daarmee had deze partner zich niet als een werknemer opgesteld, ook niet omdat zij ondanks het gebrek aan salaris gewoon had doorgewerkt.

Weliswaar betaalde de werkgever tijdens de relatie de boodschappen, maar dit werd door de kantonrechter niet opgevat als als loon in de zin van artikel 7:610 lid 1 BW:

  • arbeid,
  • tegen loon,
  • gedurende zekere tijd,
  • op basis van een gezagsverhouding.

Ook gold dit omdat deze uitgaven niet waren gerelateerd aan het aantal (beweerdelijk) gewerkte uren. Op grond van deze omstandigheden was het oordeel van de kantonrechter dat er geen sprake is geweest van het bestaan van een arbeidsovereenkomst, zodat partner A niet als werknemer kon worden aangemerkt en ook geen recht had op salaris.

Juridisch advies van advocaat arbeidsrecht Amsterdam over het bestaan van een arbeidsovereenkomstJuridisch advies van advocaat arbeidsrecht Amsterdam over het bestaan van een arbeidsovereenkomst

Voor meer informatie en juridisch advies over het bestaan van een arbeidsovereenkomst kunt contact opnemen met onze gespecialiseerde advocaat arbeidsrecht in Amsterdam. 

 

 
advocaat amsterdam