Saoedi-Arabië moet salaris werknemer ambassade vanaf 2016 betalen

avatar

loonvordering salaris ambassade advocaat amsterdamGerechtshof Den Haag heeft in een door mr. Snijders te Amsterdam behandelde arbeidszaak in hoger beroep bepaald dat Saoedi-Arabië het achterstallig salaris van een medewerker van de ambassade met terugwerkende kracht moet betalen. Saoedi-Arabië had in deze loonvorderingsprocedure in hoger beroep aangevoerd dat de ambassadeur van Saoedi-Arabië een vertrouwensbreuk had ervaren, omdat de werknemer van de ambassade onvrede had geuit over over het salaris, een vergoeding wenste en zonder geldige reden niet op het werk zou zijn verschenen. Dat alles zou ertoe hebben geleid dat de ambassade van Saoedi-Arabië zich zorgen maakt over de integriteit en loyaliteit van de werknemer. De veiligheid van de ambassadeur zou volgens Saoedi-Arabië niet meer gegarandeerd zijn en het voeren van de loonvorderingsprocedure zou daarom de veiligheidsbelangen van de ambassadeur en daarmee van Saoedi-Arabië schaden.

Geen immuniteit van rechtsmacht Saoedi-Arabië

Het hof overweegt verwierp dit betoog. Niet gebleken is dat het staatshoofd, de regeringsleider of de minister van buitenlandse zaken van Saoedi-Arabië heeft vastgesteld dat deze procedure de Saoedi-Arabische veiligheidsbelangen zou schaden. De ambassade, als verlengstuk van de minister of het ministerie van buitenlandse zaken, heeft dit niet vastgesteld. De door Saoedi-Arabië gestelde omstandigheden zijn onvoldoende overtuigend om te oordelen dat deze gerechtelijke procedure de veiligheidsbelangen van Saoedi-Arabië schaadt. Dat geldt ook als moet worden aangenomen dat de werknemer als chauffeur een grote rol speelt in de beveiliging van de te vervoeren personen en de functie van chauffeur van de ambassadeur een zeer gevoelige functie is, die de nodige veiligheidsrisico’s met zich brengt. Concluderend is het hof van oordeel dat Saoedi-Arabië geen beroep op immuniteit van rechtsmacht op grond van artikel 11 lid 2, aanhef en onder d, VN-Verdrag toekomt.

Nederlands recht van toepassing op loonvordering

Ook verwierp het Hof de grief van Saoedi-Arabië dat Nederlands recht niet van toepassing is. In artikel 23 van de arbeidsovereenkomst was een rechtskeuze opgenomen voor het recht van Saoedi-Arabië. In artikel 24 van de arbeidsovereenkomst wordt vervolgens echter verwezen naar de ‘lokale regelgeving’. Dat is in dit geval de Nederlandse regelgeving. Het Hof oordeelde dat de kantonrechter terecht had overwogen dat uit de arbeidsovereenkomst geen duidelijke keuze voor alleen het recht van Saoedi-Arabië volgt. De werknemer verricht zijn arbeid gewoonlijk in Nederland. Mr. Snijders had zijn vorderingen o.a. gegrond op artikel 7:629 BW en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Dit zijn bepalingen van dwingend recht. Aangezien de werknemer zijn dienstbetrekking binnen Nederland vervult, valt hij onder de (Nederlandse) werkingssfeer van deze dwingende bepalingen.

Arbeidscontract niet beëindigd

Ook het verweer dat de werknemer zonder geldige reden vanaf 11 april 2016 niet meer op het werk zou zijn verschenen werd verworpen. Voor bewijslevering is in kort geding is volgens het Hof geen plaats. Het hof oordeelde ook dat niet gebleken is dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op 26 april 2016 is beëindigd zoals Saoedi-Arabië aanvoerde. Stukken waaruit zou kunnen blijken dat de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk is geëindigd, zijn niet in het geding gebracht. Bovendien had Saoedi-Arabië in de brieven van na die datum werknemer gevraagd om een gedetailleerd medisch rapport aan te leveren, waarbij wordt vermeld dat als een legitieme reden voor zijn afwezigheid ontbreekt dit zal leiden tot ontslag. De stelling dat de arbeidsovereenkomst op 26 april 2016 al rechtsgeldig is beëindigd staat haaks op deze brieven.

Saoedi-Arabië voldoet niet aan vonnis kantonrechter

Bovendien had de advocaat van Saoedi-Arabië tijdens de comparitie van partijen ten overstaan van de kantonrechter verklaard: ‘Het klopt dat mijn cliënte niet heeft voldaan aan het vonnis; het loon van [geïntimeerde] is niet betaald. Er is geen ontbindingsprocedure of ontslag geweest.’

Het Hof concludeerde dat de loonvordering, wettelijke rente en de wettelijke verhoging op vordering van mr. Snijders destijds door de kantonrechter terecht zijn toegewezen. Wel meende het Hof dat het vakantiegeld destijds al is voldaan. Al met al dient Saoedi-Arabië een aanzienlijk bedrag aan achterstallig salaris en dwangsommen aan de werknemer te betalen.

Contact met advocaat personeel ambassade in Amsterdam

advocaat-arbeidsrecht-amsterdamVoor meer informatie en juridisch advies over loonvorderingen in het arbeidsrecht, ook bij loonvorderingen van personeel van buitenlandse ambassades, kunt u contact opnemen met onze gespecialiseerde advocaat arbeidsrecht en ontslagrecht in Amsterdam, mr. P.Chr. Snijders.

Juridische nieuws van onze advocaten

error: copyright WS Advocaten Amsterdam
advocaat amsterdam