Eindelijk: ‘kantonrechtersformule’ voor ambtenaren

avatar

Ontslagvergoeding voor een ambtenaar

Op 28 februari 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep, nadat jarenlang de boot was afgehouden, een formule ontwikkeld voor de berekening van de ontslagvergoeding voor een ambtenaar. Voorwaarde is dat door toedoen van de werkgever de relatie onherstelbaar is verstoord of in een impasse is geraakt. Er gelden vrijwel dezelfde criteria als bij de Kantonrechtersformule, zij het dat de  dienstjaren gesteld worden op 50% van de Kantonrechtersformule. Verder geldt als correctiefactor een bandbreedte van 51-100%. Uitgangspunt voor de berekening is:

Formule Centrale Raad van Beroep ontslagvergoeding

  • het bruto maandsalaris (B) op het moment van ontslag (inclusief vakantiegeld);
  • het aantal dienstjaren (A) gedeeld door twee (omdat de ambtenaar al recht heeft op een ruimere vergoeding bij ontslag);
  • het aandeel dat de werkgever had in het ontstaan van de onhoudbare situatie:
    51-65%, 65-80% of 80-100%. Deze bandbreedten vertegenwoordigen een (C) factor 0,5, 0,75 en 1. Dit leidt tot de volgende formule: bruto maandsalaris (inclusief vakantiegeld) x (aantal dienstjaren:2) x 0,5, 0,75 of 1.

Uitspraak

De CRvB overwoog als volgt:

‘Voor de berekening van de hoogte van die vergoeding is de mate van het overwegend aandeel van het bestuursorgaan van belang. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naar drie bandbreedten: 51 tot 65 %, 65 tot 80% en 80 tot 100%, corresponderend met de factor van 0,5, 0,75 en 1. Het is verder redelijk, gelet op de belangen die door de ontslagverlening worden geschaad, bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding rekening te houden met de hoogte van het maandsalaris en ook met de duur van het dienstverband (bij het desbetreffende bestuursorgaan (en dienst directe rechtsvoorganger). Met het oog op de voor ambtenaren geldende bovenwettelijke voorzieningen, waaronder de na-wettelijke uitkering, bestaat aanleiding een matiging aan te brengen van 50%. Een en ander leidt tot de volgende uitgangspunten: bruto maandsalaris (inclusief vakantietoeslag) x (aantal dienstjaren:2) x 0,5, 0,75 of 1. Voor het meewegen van andere factoren, zoals kansen op de arbeidsmarkt (duur van de werkloosheid), gezondheidstoestand en reputatieschade bestaat in beginsel geen aanleiding, al valt niet uit te sluiten dat een betrokkene in voorkomende gevallen op andere wijze moet worden tegemoet gekomen bijvoorbeeld door het faciliteren van outplacement. De kosten daarvan mogen niet worden afgetrokken van de berekende vergoeding. Dat een betrokkene als gevolg van maatregelen van de werkgever tijdelijk niet werkzaam is geweest, maar wel salaris heeft ontvangen, dient – uitzonderlijke omstandigheden daargelaten – evenmin tot aftrek te leiden’.

Handelwijze van de ambtenaar

In de uitspraak werd de directeur van van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen verweten dat hij direct fors heeft ingezet door de handelwijze van de ambtenaar niet integer te noemen en slechts inzette op het vertrek van haar zonder appellante te proberen om de verhoudingen te verbeteren of andere oplossingen te onderzoeken’. Gelet hierop kon worden vastgesteld dat de directeur een overwegend aandeel heeft gehad in het voortbestaan van de impasse. De ambtenaar werd verweten dat zij een situatie had gecreëerd waarin twijfel zou kunnen ontstaan over haar integriteit.

Overwegend aandeel van het bestuursorgaan

Op grond van bovenstaande overwegingen wordt het aandeel van de directeur op 75% geschat. Dit betekent dat de ontslagvergoeding van appellante moet worden berekend door de vier dienstjaren gedeeld door 2 te vermenigvuldigen met het bruto maandsalaris inclusief vakantietoeslag ten tijde van het ontslag en daarop de factor van 0,75 toe te passen.

Call Now Button
error: copyright WS Advocaten Amsterdam
advocaat amsterdam