Werkgever klaagt te laat: geen recht op boete

avatar

In artikel 11 van de arbeidsovereenkomst was bepaald dat  de werknemer verplicht is om alle bedrijfseigendommen uiterlijk op de dag waarop de arbeidsovereenkomst eindigt aan de werkgever ter beschikking te stellen. Op de overtreding hiervan stond een boete van EUR 25.000,– per overtreding en EUR 2.500,– voor iedere dag waarop een overtreding voortduurt.

In 2011 was de werknemer op non-actief gesteld. De kantonrechter heeft daarop de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden.

Vervolgens heeft de werknemer via zijn advocaat onder meer een USB-stick aan de werkgever overgedragen.

Boete

Bij de rechtbank vorderde de werkgever betaling van verbeurde contractuele boetes, omdat de werknemer zou hebben verzuimd de door hem verzonden en ontvangen e-mails aan de werkgever over te dragen, en dat weliswaar een USB-stick is ingeleverd, doch dat deze geen data bevatte.

Rechtsverwerking

De kantonrechter heeft deze vorderingen afgewezen. Daarbij werd overwogen dat de werkgever heeft gehandeld in strijd met artikel 6:89 BW door pas ruim drie maanden na het inleveren van de bedrijfseigendommen bij de werknemer te protesteren.

Alle verbintenissen

Het hof oordeelde hierover als volgt.

‘Artikel 6:89 BW is van toepassing op alle verbintenissen. De bepaling houdt in dat de schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd’.

Het hof overwoog dat dit volgens de wetsgeschiedenis inhoudt dat een schuldenaar erop moet kunnen rekenen dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en dit, als dat niet zo is, hij dit eveneens met spoed meedeelt.

Termijn

Welke termijn hiervoor geldt, is volgens het hof afhankelijk van tal van omstandigheden, zoals de aard en inhoud van de rechtsverhouding, de aard en inhoud van de prestatie, de aard van het gestelde gebrek in de prestatie, de waarneembaarheid van het gebrek, de wijze waarop dit aan het licht treedt, de deskundigheid van de schuldeiser en de vraag of de schuldenaar nadeel lijdt door het late tijdstip waarop de schuldeiser heeft geklaagd.

Omstandigheden

Op basis van die omstandigheden kwam het hof tot het oordeel dat de werkgever te laat heeft gemeld dat de ingeleverde USB-stick geen data bevatte.

‘Bij het uitblijven van een reactie van de werkgever spoedig na ontvangst van de USB-stick mocht de werknemer dan ook ervan uitgaan dat hij zijn verplichting tot afgifte van de bedrijfseigendommen van de werkgever correct was nagekomen’.

‘Dat de werknemer door het verwijderen van de e-mails van zijn laptop niet alsnog/opnieuw aan zijn verplichting uit hoofde van artikel 11 arbeidsovereenkomst kan voldoen, dient bij gebreke van een tijdig protest naar het oordeel van het hof dan ook voor rekening van de werkgever te blijven’.

Conclusie

In veel gevallen wordt een beroep gedaan op artikel 6:89 BW. Dat houdt in dat een debiteur/schuldenaar niets hoeft te voldoen als blijkt dat de schuldeiser/crediteur ‘niet binnen bekwame tijd’ protesteert tegen een gebrek in de prestatie. Dit wordt ook wel rechtsverwerking genoemd. In de praktijk komt het vaak neer op een afweging van belangen, waarbij niet alleen het tijdsverloop meetelt, maar ook het door de schuldenaar door het tijdsverloop geleden nadeel.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 8 februari 2013 (JA 2013/117) overwogen dat artikel 6:89 BW van toepassing is op alle verbintenissen, dus ook die uit hoofde van de arbeidsovereenkomst.

Als u niet direct klaagt in geval van schade, bij welke rechtsverhouding dan ook, kunt u op grond hiervan uw rechten verliezen.

Call Now Button
error: copyright WS Advocaten Amsterdam
advocaat amsterdam