Weigeren vrouwen de hand te schudden reden voor ontslag

avatar

De rechtbank overwoog:

Geloofsovertuiging

‘Het gerechtshof De Haag heeft in haar arrest van 10 april 2012 (LJN: BW1270) overwogen dat de weigering om vrouwen de hand te schudden een uiting is van een geloofsovertuiging. Dit is tussen partijen ook niet in geschil.

Godsdienstvrijheid, inhoudende ook de vrijheid om die godsdienst in het openbaar te belijden, is een grondrecht. Grondrechten zijn evenwel niet absoluut, maar (mogen) worden begrensd daar waar daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat.

Kwetsend en beledigend

Zoals het hof in voornoemde uitspraak heeft overwogen is het schudden van handen een in Nederland gebruikelijke, algemeen geaccepteerde (niet religieus beladen) begroetingsvorm. Net als het hof is de kantonrechter van oordeel dat weliswaar een andere wijze van begroeten eveneens respectvol zal kunnen zijn, maar dat het niet schudden van de (uitgestoken) hand – ook niet wanneer [naam] zijn motieven toelicht, zoals [naam] zegt te doen – in de Nederlandse samenleving als kwetsend en beledigend wordt ervaren, te meer wanneer daarbij een onderscheid naar sekse wordt gemaakt.
Dat dit ook daadwerkelijk het geval is, blijkt wel uit de klachten die Stichting Welzijn heeft ontvangen over dit gedrag van [naam].

Heeft Stichting Welzijn als werkgever nu vanwege de godsdienstvrijheid te accepteren dat [naam] met zijn gedrag – waarin hij heeft aangegeven geen verandering te willen brengen – belangrijke partners van Stichting Welzijn voor het hoofd stoot? De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend.

Correcte en neutrale opstelling

Daarbij is van belang dat Stichting Welzijn als gesubsidieerde instelling poogt een positieve bijdrage te leveren aan de leefbaarheid in wijken met inzet van jongeren, ongeacht hun achtergrond of sekse. In dat kader is het begrijpelijk dat Stichting Welzijn hecht aan een correcte en neutrale opstelling van haar medewerkers die het visitekaartje van Stichting Welzijn vormen en in het geval van een jongerenwerker ook een voorbeeldfunctie voor de doelgroep vervult. [naam] heeft aangevoerd dat hij slechts sporadisch contact heeft met deze partners en dat daarom het belang van Stichting Welzijn bij het handen schudden slechts gering is.

Bruggenbouwer

De kantonrechter volgt hem hierin niet gelet op het (onbetwiste) feit dat de jongerenwerker intermediair en bruggenbouwer moet zijn, en in het functioneringsverslag over 2010 (onder punt 3a) is opgenomen dat overleg met politie, Patrimonium en opbouwwerk plaatsvindt en in het functioneringsverslag over 2011 (onder punten 1 en 2) dat [naam] contact moet onderhouden met jongeren, ouders en bewoners en dat netwerkoverleg plaatsvindt met de buurtorganisatie en samenwerkingspartners. De kantonrechter leidt hieruit af dat [naam] regelmatig contact heeft met diverse instanties en in die contacten zijn rol als bruggenbouwer dient waar te maken. Dat kan niet als hij daarbij mensen voor het hoofd stoot, althans daarop een groot risico bestaat. Daarbij schaadt hij de relatie tussen Stichting Welzijn en haar partners.

De kantonrechter acht de beperking van de godsdienstvrijheid dan ook objectief gerechtvaardigd gelet op de belangen van Stichting Welzijn als werkgever.

Geen vergoeding

Nu [naam] heeft aangegeven zijn gedrag niet te willen aanpassen, bestaat grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zij het niet op grond van een dringende reden maar op grond van een verandering van omstandigheden. Gesteld noch gebleken is dat enig opzegverbod hieraan in de weg staat. Aangezien de reden van ontbinding in de risicosfeer van [naam] ligt, ziet de kantonrechter geen aanleiding een vergoeding toe te kennen’.

Call Now Button
error: copyright WS Advocaten Amsterdam
advocaat amsterdam