Minister gehouden aan salaristoezeggingen directeur

avatar

De directeur was volgens de Raad op grond van de ‘Inschalingsrichtlijn voor bewaarders/complexbeveiligers GW bij indiensttreding en het toekennen van periodieken in het eerste jaar en toepassingsrichtlijn voor zittend bewakingspersoneel’ bevoegd om toezeggingen te doen over salarisaanpassingen.

De raad overwoog:

Hierbij staat voorop dat een beroep op het vertrouwensbeginsel volgens vaste rechtspraak van de Raad alleen kan slagen, als van de kant van het bevoegde orgaan uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan die bij de betrokkene gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt (CRvB 19 januari 2012, LJN BV2323).

De raad stelde vast dat de directeur het ten tijde van belang in deze kwestie het bevoegde gezag was en zelfstandig mocht beslissen over zich in dit kader voordoende knelpunten. Blijkens de notulen had de directeur verklaard dat “verlies aan verschil wordt gerepareerd”. Ook vond de Raad het voorstelbaar dat de directeur zijn ruime interpretatie over de toepassing van de circulaire ook nadien heeft uitgedragen. Dat werd bevestigd door getuigenverklaringen waar uit bleek dat de directeur had toegezegd dat iedereen, ook het zittend personeel, opnieuw zou worden ingeschaald en in aanmerking kwam voor extra periodieken, althans ophoging van het salaris. Daardoor zijn van de kant van de minister ‘uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen gedaan die bij appellanten gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt’.

De minister is opgedragen te bezien welke consequenties aan deze uitspraak moeten worden verbonden.

Call Now Button
error: copyright WS Advocaten Amsterdam
advocaat amsterdam