Geen horeca-cao van toepassing bij verkoop vanuit kraam

avatar

Geen finale kwijting

De werkneemster had vlak voor haar vertrek een verklaring ondertekend dat zij niets meer te ontvangen/te vorderen heeft van haar werkgever.

Het hof was van oordeel dat deze verklaring niet betekent dat de werkneemster afstand had gedaan van al haar rechten uit de arbeidsovereenkomst. Het hof stelde vast dat de werkgever ten onrechte een deel van het loon had ingehouden en dat zij het ontbrekende alleen wilde uitbetalen na ondertekening van de verklaring door de werknemer. Ook had de werknemer de verklaring en de hoogte van het uit te betalen bedrag pas op het laatste moment ingezien. ‘Al deze omstandigheden leiden tot de conclusie dat Pisa IJs de door [geïntimeerde] ondertekende verklaring niet als een door [geïntimeerde] verleende finale kwijting mag aanmerken. Voor zover dat wel het geval zou zijn, moet het beroep van Pisa IJs daarop in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geacht’.

Cao Horeca

Voor de vraag of op de arbeidsovereenkomst de cao Horeca van toepassing was, overwoog het hof dat volgens het instellingsbesluit Bedrijfschap Horeca en Catering 2003 een horecabedrijf als volgt wordt gedefinieerd:
a. de ondernemingen, waarin het hotel-, het pension-, het restaurant-, het café-, het cafetaria-, het lunchroom- of het cateringbedrijf wordt uitgeoefend;
b. de overige ondernemingen waarin de verstrekking van logies, gepaard gaande met dienstverlening of de verstrekking van maaltijden, spijzen of dranken voor verbruik ter plaatse, als bedrijf plaats heeft.

De werkgever was geen lid is van een werkgeversvereniging die partij is bij de cao. De cao is ook niet in de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaard.

‘In de tekst van de cao Horeca en het besluit waarnaar die cao voor de werkingssfeer verwijst, ziet het hof geen reden om een min of meer mobiele gelegenheid waar etenswaar wordt verkocht, of die waar nu wel of niet direct genuttigd wordt of kan worden en waarbij de werkgever de faciliteiten (tafels en stoelen) om het verkochte ter plaatse te nuttigen niet direct verschaft, onder de werkingssfeer van de cao te brengen’.

Noten-, oliebollen- of fruitkraam

Volgens het hof zou dit leiden tot het onaannemelijke rechtsgevolg dat ook een werknemer werkzaam bij een noten-, oliebollen- of fruitkraam zich zou kunnen beroepen op de bepalingen van de cao Horeca.

Coffeeshops

In 2010 oordeelde hetzelfde hof dat een coffeeshop wel terecht was ingedeeld in sector Horeca, omdat een coffeeshop naar uiterlijk en inrichting is bestemd als een lokaliteit waar min of meer ongehinderd – al dan niet gecombineerd met frisdrank, koffie of thee – cannabisproducten kunnen worden gebruikt en waar gelegenheid bestaat voor ontmoeting.

Call Now Button
error: copyright WS Advocaten Amsterdam
advocaat amsterdam